Las Vegas begon in het midden van de 19e eeuw als een klein nederzetting in de Mojave-woestijn, langs een belangrijke handelsroute tussen Californië en de oostelijke Verenigde Staten. De naam “Las Vegas,” wat Spaans is voor “de weiden,” verwijst naar de vruchtbare valleien met waterbronnen die vroegere reizigers aantroffen in deze verder droge omgeving.
In 1905 werd Las Vegas officieel gesticht toen de spoorlijn van de San Pedro, Los Angeles and Salt Lake Railroad werd aangelegd. Dit zorgde voor een snelle groei van de stad, die aanvankelijk vooral diende als tussenstop en handelscentrum.
De echte doorbraak kwam in 1931, toen de staat Nevada het gokken legaliseerde om de economische crisis van de Grote Depressie te bestrijden. Rond dezelfde tijd werd de Hoover Dam gebouwd, vlakbij de stad, wat veel werkgelegenheid bracht en de regio verder ontwikkelde.
Vanaf de jaren 40 groeide Las Vegas uit tot het gok- en entertainmentcentrum dat we nu kennen. Grote casinoresorts en luxehotels schoten uit de grond, met bekende namen als The Flamingo, bedacht door legendarische gangster en ondernemer Bugsy Siegel.
Sindsdien is Las Vegas uitgegroeid tot een wereldwijde toeristentrekker, bekend om zijn extravagante shows, bruisende nachtleven en unieke mix van entertainment en avontuur.
